Ontwikkelingsleeftijden

1.4.1.1.7 OntwikkelingsleeftijdenEen theorie die in opkomst is, is die van de ontwikkelingsleeftijden. Martine Delfos noemt in haar boeken het spectrum aan ontwikkelingsleeftijden die binnen één persoon met autisme kunnen voorkomen. Zo kan een kind wat een kalenderleeftijd van 12 jaar heeft, op emotioneel gebied 4 jaar zijn. Als je hierop aan kunt sluiten in je benadering, kan een kind nog veel ontwikkelen.

Professor Anton Došen heeft een dergelijk model ontwikkeld voor kinderen met een verstandelijke beperking. Dit model wordt momenteel onderzocht op overlap en aanpassingen naar kinderen met autisme. Ook hij gaat ervan uit dat een kind verschillende ‘emotionele’ leeftijden in zich heeft.

Eén van de conclusies van het praktijkonderzoek ‘Autisme; een andere wereld’, is dat de emotionele ontwikkeling basis moet zijn van de beeldvorming van leerlingen met autisme en een verstandelijke beperking. Juist dit zien, en aansluiten, op individueel meer en minder ontwikkelde (= probleem gevende) gebieden is mijn uitgangspunt.

Quint maakt de mooiste bouwwerken van Knexx. Je kunt hem een opdracht geven en hij maakt het feilloos na. In het domein ‘omgaan met materiaal’ heeft hij een ontwikkelingsleeftijd van 7-12 jaar. Als hij echter tijdens het werken gestoord wordt, kan hij heel erg ontploffen. Hij slaat er dan meteen op los. Hierdoor kun je zien dat hij op het gebied van ‘agressieregulatie’ een ontwikkelingsleeftijd heeft van 6-18 maanden.

Een ander voorbeeld:

Jord, een leerling van 17 jaar met autisme en een verstandelijke beperking, weigert stelselmatig te gymmen. Ook al denken wij te zien dat hij plezier beleeft aan ‘samen’ spelen, als hij in de gymzaal moet spelen, slaat hij dicht en gaat hij op de bank zitten. Als wij zijn emotionele ontwikkeling bekijken, zien we dat hij functioneert op het niveau 16-18 maanden. Hij kan eenvoudigweg nog niet alleen in zo’n onveilige ruimte functioneren. Daar heeft hij een ander voor nodig die hij vertrouwt, en die moet dicht bij hem blijven.