Kenmerken van autisme

Autisme wordt in de DSM-V omschreven in twee domeinen:

1. Sociaal-communicatieve tekorten
2. Beperkte en repetitieve interesses en gedrag

Interessant daarbij is dat deze kenmerken gezien kunnen worden als een ‘tekort’, maar ook als aanknopingspunt om het onderwijszorgaanbod op aan te sluiten.

Een leerling die een ‘fiep’ (een pre-occupatie of zeer sterke interesse) heeft voor alles wat draait, kan uitstekend in zijn leren worden uitgedaagd door bijvoorbeeld een presentatie te mogen geven in schrift en beeld over wasmachines.

Nieuw in de DSM-V is dat niet alleen een omschrijving gegeven wordt van criteria, maar ook een ernst taxatie. Deze taxatie in niveau 1 tot en met 3 geeft aan hoeveel steun een persoon nodig heeft op elk gebied.

dsm

Ik ben blij met deze toevoeging, omdat het antwoord geeft op de vraag die gesteld moet worden naar unieke behoeften en beperkingen, het zien van de verschillen en het spectrum aan ontwikkelingsgebieden binnen één leerling.

Om autisme te beschrijven wordt ook vaak verwezen naar de Triade van Wing.
triade

De toevoeging van ‘verbeelding’ in plaats van ‘stereotiep gedrag’ is de moeite van het vermelden waard. Ik zie het ontbreken van dit vermogen tot verbeelding als één van de hoofdproblemen waar veel andere problemen uit voortvloeien.

Zo is taal ook een symbool, dus het begrijpen (interpreteren) en verwerken (onthouden!) van taal vraagt ook verbeelding. Ook de sociale interactie vraagt ‘verbeelding’; je in kunnen leven in een ander, je een beeld kunnen vormen van het verhaal wat iemand vertelt…

Doordat veel mensen met autisme in stukjes denken (fragmentarisch) is het voor hen soms ook moeilijk om het grote geheel te zien. Als het beeld dat ze kennen verandert, zullen ze meestal opnieuw beginnen met het waarnemen van alle details van het beeld en met het samenvoegen van deze details pas weer komen tot het grote geheel.

Deze problemen in het ‘contextdenken’ hebben grote gevolgen voor het (be)leven van de wereld om hen heen.