Communicatie

can telephonesDe tekortkomingen in de communicatie komen al vroeg in de ontwikkeling tot uiting.

Communicatie is gebaseerd op betekenisverlening. Waar taal meestal geen probleem vormt voor kinderen met autisme en een normale begaafdheid, is het toekennen van betekenis aan woorden dat vaak wel.

In de praktijk betekent dit dat kinderen met autisme goed kunnen omgaan met alles wat ‘letterlijk’ en concreet is. Problemen doen zich voor als de andere partij bijvoorbeeld woordgrapjes of sarcastische, spreekwoordelijke of emotioneel gekleurde begrippen gebruikt. Verwijzende woorden, waarbij de betekenis varieert in tijd, ruimte of persoon (zoals ‘morgen’, ‘onder’, ‘ik’) zijn vaak problematisch. Hoe abstracter de begrippen, hoe moeilijker het wordt voor kinderen met autisme.

Het “om de beurt wat zeggen in een gesprek” (een dialoog voeren) is soms ook soms een probleem. Kinderen met autisme kunnen blijven hangen in hun eigen interesse(s). Hun verhaal kan onverwachte wendingen nemen en is vaak associatief en fragmentarisch.

Echolalie (het herhalen van woorden of zinnen van anderen) komt vaak voor, vooral bij jongere kinderen met autisme. Bij een kind met autisme kan er sprake zijn van een vertraagde ontwikkeling van ‘gezamenlijke aandacht’ (joint attention). Het kan zijn dat dit gedrag niet of slechts beperkt ontwikkeld wordt. Een kind dat een normale ontwikkeling doormaakt zal rond zijn eerste levensjaar gezamenlijk met anderen zijn aandacht ergens op kunnen richten. Het kind vraagt hierbij de aandacht van een ander door te wijzen naar een bepaalde gebeurtenis of voorwerp. Ook het kijken in dezelfde richting als een ander, als deze zijn hoofd draait om naar iets te kijken, is een vorm van ‘gezamenlijke aandacht’. Als er ook sprake is van een verstandelijke handicap komt dit alles vaak nog duidelijker naar voren.

Kinderen met autisme spreken dus vaak een andere taal. Communiceren is noodzakelijk om je behoeften uit te drukken, maar ook om tot expressie te komen. Als je niet begrijpt, ‘verstaat’ wat er om je heen gebeurt, of als anderen jou niet ‘verstaan’, kan dit leiden tot onbehagen of gedragsproblemen. Afgestemde communicatie kan de wereld verduidelijken en vertalen.

Mensen met autisme hebben moeite zich dingen voor te stellen. Taal is abstract. Beelden kun je zien, en nog eens terugkijken. Mensen met autisme zijn vaak beelddenkers, maar ook het begrijpen van beelden vereist voorstellingsvermogen.

Het Multi-dimensionale model van Verpoorten geeft hier een ontwikkeling in weer:

communicatie

Hoe lager de ontwikkelingsleeftijd, hoe lager het communicatieniveau. Mensen met autisme hebben in het algemeen moeite om het niveau van meta-representatie te bereiken. Bij het samengaan van autisme met een verstandelijke beperking ligt daarom een groot gevaar voor overvraging op communicatiegebied.

Daarom is het belangrijk het communicatieniveau goed in beeld te hebben. Niet ieder kind met autisme heeft baat bij pictogrammen om zijn omgeving te verduidelijken! Ik maak aangepaste communicatie en verduidelijking op basis van het communicatieniveau van het kind.